Woordenlijst

Leer werkwoorden – Catalaans

cms/verbs-webp/71612101.webp
entrar
El metro acaba d’entrar a l’estació.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
cms/verbs-webp/118826642.webp
explicar
L’avi explica el món al seu net.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
cms/verbs-webp/40326232.webp
entendre
Finalment vaig entendre la tasca!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
cms/verbs-webp/93697965.webp
conduir al voltant
Els cotxes condueixen en cercle.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/83548990.webp
tornar
El bumerang va tornar.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
cms/verbs-webp/119613462.webp
esperar
La meva germana està esperant un fill.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
cms/verbs-webp/93947253.webp
morir
Moltes persones moren a les pel·lícules.
sterven
Veel mensen sterven in films.
cms/verbs-webp/119501073.webp
estar situat
Allà hi ha el castell - està just davant!
tegenover liggen
Daar is het kasteel - het ligt er recht tegenover!
cms/verbs-webp/54608740.webp
arrencar
Cal arrencar les males herbes.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
cms/verbs-webp/101945694.webp
fer la marmota
Volen fer la marmota una nit, per fi.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
cms/verbs-webp/38296612.webp
existir
Els dinosaures ja no existeixen avui en dia.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
cms/verbs-webp/110775013.webp
apuntar
Ella vol apuntar la seva idea de negoci.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.