Woordenlijst
Leer werkwoorden – Catalaans
entrar
El metro acaba d’entrar a l’estació.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
explicar
L’avi explica el món al seu net.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
entendre
Finalment vaig entendre la tasca!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
conduir al voltant
Els cotxes condueixen en cercle.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
tornar
El bumerang va tornar.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
esperar
La meva germana està esperant un fill.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
morir
Moltes persones moren a les pel·lícules.
sterven
Veel mensen sterven in films.
estar situat
Allà hi ha el castell - està just davant!
tegenover liggen
Daar is het kasteel - het ligt er recht tegenover!
arrencar
Cal arrencar les males herbes.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
fer la marmota
Volen fer la marmota una nit, per fi.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
existir
Els dinosaures ja no existeixen avui en dia.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.