Woordenlijst
Leer werkwoorden – Italiaans
rivolgersi
Si rivolgono l’uno all’altro.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
guidare
Gli piace guidare un team.
leiden
Hij leidt graag een team.
riparare
Voleva riparare il cavo.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cambiare
Molto è cambiato a causa del cambiamento climatico.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
migliorare
Lei vuole migliorare la sua figura.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
evitare
Lui deve evitare le noci.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
cancellare
Il contratto è stato cancellato.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
incontrare
A volte si incontrano nella scala.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
alzarsi
Lei non riesce più ad alzarsi da sola.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
ripetere
Il mio pappagallo può ripetere il mio nome.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
trovare alloggio
Abbiamo trovato alloggio in un hotel economico.
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.