Woordenlijst

Leer werkwoorden – Italiaans

cms/verbs-webp/31726420.webp
rivolgersi
Si rivolgono l’uno all’altro.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
cms/verbs-webp/120254624.webp
guidare
Gli piace guidare un team.
leiden
Hij leidt graag een team.
cms/verbs-webp/104818122.webp
riparare
Voleva riparare il cavo.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/84850955.webp
cambiare
Molto è cambiato a causa del cambiamento climatico.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
cms/verbs-webp/124575915.webp
migliorare
Lei vuole migliorare la sua figura.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
cms/verbs-webp/118064351.webp
evitare
Lui deve evitare le noci.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
cms/verbs-webp/50772718.webp
cancellare
Il contratto è stato cancellato.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
cms/verbs-webp/43100258.webp
incontrare
A volte si incontrano nella scala.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
cms/verbs-webp/106088706.webp
alzarsi
Lei non riesce più ad alzarsi da sola.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
cms/verbs-webp/1422019.webp
ripetere
Il mio pappagallo può ripetere il mio nome.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
cms/verbs-webp/110401854.webp
trovare alloggio
Abbiamo trovato alloggio in un hotel economico.
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.
cms/verbs-webp/116877927.webp
allestire
Mia figlia vuole allestire il suo appartamento.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.