Woordenlijst

Leer werkwoorden – Italiaans

cms/verbs-webp/107852800.webp
guardare attraverso
Lei guarda attraverso un binocolo.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
cms/verbs-webp/97188237.webp
ballare
Stanno ballando un tango innamorati.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
cms/verbs-webp/111160283.webp
immaginare
Lei immagina qualcosa di nuovo ogni giorno.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
cms/verbs-webp/44159270.webp
restituire
L’insegnante restituisce i saggi agli studenti.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
cms/verbs-webp/36190839.webp
combattere
Il corpo dei vigili del fuoco combatte l’incendio dall’aria.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
cms/verbs-webp/853759.webp
svendere
La merce viene svenduta.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
cms/verbs-webp/124740761.webp
fermare
La donna ferma un’auto.
stoppen
De vrouw stopt een auto.
cms/verbs-webp/78773523.webp
aumentare
La popolazione è aumentata significativamente.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
cms/verbs-webp/123237946.webp
accadere
Qui è accaduto un incidente.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
cms/verbs-webp/120900153.webp
uscire
I bambini finalmente vogliono uscire.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
cms/verbs-webp/98082968.webp
ascoltare
Lui la sta ascoltando.
luisteren
Hij luistert naar haar.
cms/verbs-webp/86064675.webp
spingere
L’auto si è fermata e ha dovuto essere spinta.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.