Woordenlijst
Servisch – Werkwoorden oefenen
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
genieten
Ze geniet van het leven.
weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
draaien
Je mag naar links draaien.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.