Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/84365550.webp
befördern
Der Lastwagen befördert die Güter.
vervoeren
De vrachtwagen vervoert de goederen.
cms/verbs-webp/74908730.webp
bewirken
Zu viele Menschen bewirken schnell ein Chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
cms/verbs-webp/115113805.webp
sich unterhalten
Sie unterhalten sich per Chat.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
cms/verbs-webp/68841225.webp
verstehen
Ich kann dich nicht verstehen!
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
cms/verbs-webp/18473806.webp
drankommen
Bitte warte, gleich kommst du dran!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
cms/verbs-webp/94193521.webp
abbiegen
Du darfst nach links abbiegen.
draaien
Je mag naar links draaien.
cms/verbs-webp/107407348.webp
herumkommen
Ich bin viel in der Welt herumgekommen.
rondreizen
Ik heb veel rond de wereld gereisd.
cms/verbs-webp/63351650.webp
annullieren
Der Flug ist annulliert.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
cms/verbs-webp/103797145.webp
einstellen
Die Firma will mehr Leute einstellen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
cms/verbs-webp/120655636.webp
aktualisieren
Heutzutage muss man ständig sein Wissen aktualisieren.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
cms/verbs-webp/78073084.webp
sich hinlegen
Sie waren müde und legten sich hin.
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
cms/verbs-webp/90292577.webp
durchkommen
Das Wasser war zu hoch, der Lastwagen kam nicht durch.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.