Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/118011740.webp
bauen
Die Kinder bauen einen hohen Turm.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
cms/verbs-webp/124046652.webp
vorgehen
Die Gesundheit geht immer vor!
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
cms/verbs-webp/81986237.webp
mixen
Sie mixt einen Fruchtsaft.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
cms/verbs-webp/113253386.webp
klappen
Dieses Mal hat es nicht geklappt.
lukken
Deze keer is het niet gelukt.
cms/verbs-webp/103797145.webp
einstellen
Die Firma will mehr Leute einstellen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
cms/verbs-webp/128644230.webp
erneuern
Der Maler will die Wandfarbe erneuern.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
cms/verbs-webp/87317037.webp
spielen
Das Kind spielt am liebsten alleine.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
cms/verbs-webp/54608740.webp
herausreißen
Unkraut muss man herausreißen.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
cms/verbs-webp/120870752.webp
hinausziehen
Wie soll er nur diesen dicken Fisch hinausziehen?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
cms/verbs-webp/98561398.webp
vermischen
Der Maler vermischt die Farben.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
cms/verbs-webp/47225563.webp
mitdenken
Beim Kartenspiel muss man mitdenken.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
cms/verbs-webp/102631405.webp
vergessen
Sie will die Vergangenheit nicht vergessen.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.