Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/91367368.webp
gå tur
Familien går tur på søndager.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
cms/verbs-webp/41918279.webp
stikke av
Sønnen vår ønsket å stikke av hjemmefra.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
cms/verbs-webp/109766229.webp
føle
Han føler seg ofte alene.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
cms/verbs-webp/100565199.webp
spise frokost
Vi foretrekker å spise frokost i senga.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
cms/verbs-webp/102136622.webp
dra
Han drar sleden.
trekken
Hij trekt de slee.
cms/verbs-webp/84314162.webp
strekke ut
Han strekker armene sine vidt.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
cms/verbs-webp/122632517.webp
gå galt
Alt går galt i dag!
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
cms/verbs-webp/66787660.webp
male
Jeg vil male leiligheten min.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
cms/verbs-webp/8451970.webp
diskutere
Kollegaene diskuterer problemet.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
cms/verbs-webp/79201834.webp
forbinde
Denne broen forbinder to nabolag.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
cms/verbs-webp/84850955.webp
endre
Mye har endret seg på grunn av klimaendringer.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
cms/verbs-webp/23258706.webp
heise opp
Helikopteret heiser de to mennene opp.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.