Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/18473806.webp
få tur
Vennligst vent, du får snart din tur!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
cms/verbs-webp/91696604.webp
tillate
Man bør ikke tillate depresjon.
toestaan
Men mag depressie niet toestaan.
cms/verbs-webp/129403875.webp
ringe
Klokken ringer hver dag.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
cms/verbs-webp/115172580.webp
bevise
Han vil bevise en matematisk formel.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
cms/verbs-webp/109071401.webp
omfavne
Moren omfavner babyens små føtter.
omarmen
De moeder omarmt de kleine voetjes van de baby.
cms/verbs-webp/100649547.webp
ansette
Søkeren ble ansatt.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
cms/verbs-webp/119289508.webp
beholde
Du kan beholde pengene.
houden
Je mag het geld houden.
cms/verbs-webp/114379513.webp
dekke
Vannliljene dekker vannet.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
cms/verbs-webp/94193521.webp
svinge
Du kan svinge til venstre.
draaien
Je mag naar links draaien.
cms/verbs-webp/104167534.webp
eie
Jeg eier en rød sportsbil.
bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.
cms/verbs-webp/131098316.webp
gifte seg
Mindreårige har ikke lov til å gifte seg.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
cms/verbs-webp/11497224.webp
svare
Studenten svarer på spørsmålet.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.