Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/77738043.webp
starte
Soldatene starter.
beginnen
De soldaten beginnen.
cms/verbs-webp/98294156.webp
handle
Folk handler med brukte møbler.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
cms/verbs-webp/118759500.webp
høste
Vi høstet mye vin.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
cms/verbs-webp/101709371.webp
produsere
Man kan produsere billigere med roboter.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
cms/verbs-webp/86215362.webp
sende
Dette selskapet sender varer over hele verden.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
cms/verbs-webp/106665920.webp
føle
Moren føler stor kjærlighet for barnet sitt.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
cms/verbs-webp/83776307.webp
flytte
Nevøen min flytter.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
cms/verbs-webp/77646042.webp
brenne
Du bør ikke brenne penger.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
cms/verbs-webp/100649547.webp
ansette
Søkeren ble ansatt.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
cms/verbs-webp/120254624.webp
lede
Han liker å lede et team.
leiden
Hij leidt graag een team.
cms/verbs-webp/43100258.webp
møte
Noen ganger møtes de i trappa.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
cms/verbs-webp/97119641.webp
male
Bilen males blå.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.