Woordenlijst
Leer werkwoorden – Kroatisch
glasati
Glasatelji danas glasaju o svojoj budućnosti.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
promijeniti
Mnogo se promijenilo zbog klimatskih promjena.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
održati se
Sprovod se održao prekjučer.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
vratiti
Pas vraća igračku.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.
poslati
Roba će mi biti poslana u paketu.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
zapovijedati
On zapovijeda svom psu.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
preskočiti
Sportaš mora preskočiti prepreku.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
voljeti
Stvarno voli svog konja.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
ispasti
Ovaj put nije ispalo.
lukken
Deze keer is het niet gelukt.
formirati
Skupa formiramo dobar tim.
vormen
We vormen samen een goed team.
jačati
Gimnastika jača mišiće.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.