Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
otploviti
Brod otplovljava iz luke.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
vjerovati
Svi vjerujemo jedni drugima.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
zaboraviti
Sada je zaboravila njegovo ime.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
snaći se
Ne mogu se snaći kako da se vratim.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
uživati
Ona uživa u životu.
genieten
Ze geniet van het leven.
parkirati
Bicikli su parkirani ispred kuće.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
snaći se
Dobro se snalazim u labirintu.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
rasprodati
Roba se rasprodaje.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
postojati
Dinosaurusi danas više ne postoje.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
glasati
Glasaci danas glasaju o svojoj budućnosti.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
baciti
On ljutito baca svoj računar na pod.
gooien
Hij gooit zijn computer boos op de grond.