Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/98294156.webp
trgovati
Ljudi trguju rabljenim namještajem.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
cms/verbs-webp/121820740.webp
početi
Planinari su počeli rano ujutro.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
cms/verbs-webp/118765727.webp
opteretiti
Uredski posao je jako opterećuje.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
cms/verbs-webp/118232218.webp
zaštititi
Djecu treba zaštititi.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
cms/verbs-webp/128644230.webp
obnoviti
Slikar želi obnoviti boju zida.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
cms/verbs-webp/4706191.webp
vježbati
Žena vježba jogu.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
cms/verbs-webp/130770778.webp
putovati
On voli putovati i vidio je mnoge zemlje.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
cms/verbs-webp/113418367.webp
odlučiti
Ne može se odlučiti koje cipele obuti.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
cms/verbs-webp/84847414.webp
paziti
Naš sin jako pazi na svoj novi automobil.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
cms/verbs-webp/85010406.webp
preskočiti
Sportista mora preskočiti prepreku.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
cms/verbs-webp/91997551.webp
razumjeti
Ne može se sve razumjeti o računalima.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/60395424.webp
skakati
Dijete veselo skače naokolo.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.