Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
stanovit
Termín se stanovuje.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
malovat
Namaloval jsem ti krásný obraz!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
ustoupit
Mnoho starých domů musí ustoupit novým.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
odvážit se
Neodvážím se skočit do vody.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
míchat
Různé ingredience je třeba míchat.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
opustit
Mnoho Angličanů chtělo opustit EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
zvonit
Zvonek zvoní každý den.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
odvézt
Matka odveze dceru domů.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
vydat
Nakladatel vydává tyto časopisy.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
omezit
Měl by být obchod omezen?
beperken
Moet handel worden beperkt?
konat se
Pohřeb se konal předevčírem.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.