Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
jet s někým
Můžu jet s vámi?
meerijden
Mag ik met je meerijden?
zbankrotovat
Firma pravděpodobně brzy zbankrotuje.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
stýskat se
Hodně se mu po jeho přítelkyni stýská.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
myslet
Musí na něj pořád myslet.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
odeslat
Chce teď dopis odeslat.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
spojit
Tento most spojuje dvě čtvrti.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
studovat
Dívky rády studují spolu.
studeren
De meisjes studeren graag samen.
viset
Rampouchy visí ze střechy.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
tisknout
Knihy a noviny se tisknou.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
pohybovat se
Je zdravé se hodně pohybovat.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
ustoupit
Mnoho starých domů musí ustoupit novým.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.