Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
setkat se
Přátelé se setkali na společnou večeři.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.
odplout
Loď odplouvá z přístavu.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
viset
Rampouchy visí ze střechy.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
číst
Nemohu číst bez brýlí.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
očekávat
Moje sestra očekává dítě.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
posunout
Brzy budeme muset hodiny opět posunout zpět.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
nastavit
Musíte nastavit hodiny.
instellen
Je moet de klok instellen.
zrušit
Bohužel zrušil schůzku.
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
zrušit
Smlouva byla zrušena.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
přihlásit se
Musíte se přihlásit pomocí hesla.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
vidět
S brýlemi vidíte lépe.
zien
Je kunt beter zien met een bril.