Woordenlijst

Leer werkwoorden – Tsjechisch

cms/verbs-webp/96476544.webp
stanovit
Termín se stanovuje.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
cms/verbs-webp/121112097.webp
malovat
Namaloval jsem ti krásný obraz!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
cms/verbs-webp/61575526.webp
ustoupit
Mnoho starých domů musí ustoupit novým.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
cms/verbs-webp/93031355.webp
odvážit se
Neodvážím se skočit do vody.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
cms/verbs-webp/128159501.webp
míchat
Různé ingredience je třeba míchat.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
cms/verbs-webp/113415844.webp
opustit
Mnoho Angličanů chtělo opustit EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
cms/verbs-webp/129403875.webp
zvonit
Zvonek zvoní každý den.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
cms/verbs-webp/111615154.webp
odvézt
Matka odveze dceru domů.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
cms/verbs-webp/98060831.webp
vydat
Nakladatel vydává tyto časopisy.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
cms/verbs-webp/99602458.webp
omezit
Měl by být obchod omezen?
beperken
Moet handel worden beperkt?
cms/verbs-webp/90309445.webp
konat se
Pohřeb se konal předevčírem.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
cms/verbs-webp/61162540.webp
spustit
Kouř spustil poplach.
activeren
De rook activeerde het alarm.