Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/84365550.webp
transportima
Veoauto transpordib kaupu.
vervoeren
De vrachtwagen vervoert de goederen.
cms/verbs-webp/120220195.webp
müüma
Kauplejad müüvad palju kaupa.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
cms/verbs-webp/41935716.webp
ära eksima
Metsas on kerge ära eksida.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
cms/verbs-webp/124320643.webp
raskeks pidama
Mõlemad leiavad hüvasti jätta raske olevat.
moeilijk vinden
Beiden vinden het moeilijk om afscheid te nemen.
cms/verbs-webp/113248427.webp
võitma
Ta üritab males võita.
winnen
Hij probeert te winnen met schaken.
cms/verbs-webp/91367368.webp
jalutama minema
Perekond läheb pühapäeviti jalutama.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
cms/verbs-webp/97188237.webp
tantsima
Nad tantsivad armunult tangot.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
cms/verbs-webp/109657074.webp
minema ajama
Üks luik ajab teise minema.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
cms/verbs-webp/56994174.webp
välja tulema
Mis tuleb munast välja?
uitkomen
Wat komt er uit het ei?
cms/verbs-webp/119289508.webp
hoidma
Sa võid raha alles hoida.
houden
Je mag het geld houden.
cms/verbs-webp/97335541.webp
kommenteerima
Ta kommenteerib iga päev poliitikat.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
cms/verbs-webp/118861770.webp
kartma
Laps kardab pimedas.
bang zijn
Het kind is bang in het donker.